Mobiliteitsdiensten
Opvallende inzichten
Aanbod
Gebruik
Effecten
Bronvermeldingen

Mobiliteitsdiensten

Aanbod

Aanbod deelmobiliteit

Nederland telde in het jaar 2025 ruim 46.000 deelvoertuigen. Het merendeel van deze voertuigen zijn deelfietsen (59%), met de OV-fiets als grootste partij. De deelscooters (19%) en deelauto’s (20%) vormen samen een kleine helft. De deelbakfiets (1%) is een relatief nieuwe modaliteit die in kleine aantallen beschikbaar is. In 2025 zijn in 280 gemeenten één of meer vormen van deelmobiliteit beschikbaar.

Figuur 35: Aantal deelvoertuigen in Nederland per gemeente

Figuur 35: Aantal deelvoertuigen in Nederland per gemeente

Daarnaast is deelmobiliteit inherent verweven met digitalisering. Reserveren, ontgrendelen en betalen verlopen via apps en digitale platforms. Ook het beheer van de vloot gebeurt data gedreven, op basis van locatie-, beschikbaarheids- en gebruiksgegevens. Hierdoor is de deelvoertuigenvloot sterk gedigitaliseerd en vormt goed georganiseerde data-uitwisseling een essentiële randvoorwaarde voor het functioneren van deelsystemen.

Figuur 36: Top 10 gemeenten op basis van aantal deelvoertuigen en verdeling modaliteiten

Figuur 36- Top 10 gemeenten op basis van aantal deelvoertuigen en verdeling modaliteiten

Aanbod deelauto’s

Het aantal deelauto’s groeit in 2025 met 15%, wanneer veelgebruikte P2P‑deelauto’s (Peer-to-Peer) met fysieke sleuteloverdracht niet meegerekend worden. In 2025 zijn P2P-deelauto’s met sleuteloverdracht die meer dan 10 keer per jaar gebruikt worden voor het eerst wel opgenomen in de definitie van deelauto’s. Dit zijn de auto’s van particulieren die hun auto verhuren. Inclusief deze P2P voertuigen komt het aantal deelauto’s in 2025 uit op 9450.

Het aandeel elektrische voertuigen van de openbaar toegankelijke deelautovloot is van 50% in 2024 gedaald naar 45% voor 2025. Dit aandeel is 41% als veelgebruikte P2P-deelauto’s met fysieke sleuteloverdracht worden meegenomen. Aanbieders waarbij het aandeel elektrische deelauto’s lager ligt, hebben hun vloot fors uitgebreid, waardoor landelijk het aandeel elektrische deelauto’s beperkt is gedaald. Vooralsnog ligt het aandeel elektrische deelauto’s wel fors hoger dan in het totale aantal personenauto’s in Nederland, in 2025 was 7,3% van het personenauto wagenpark elektrisch.

Figuur 37: Ontwikkeling aantal deelauto’s in Nederland

Figuur 37: Ontwikkeling aantal deelauto’s in Nederland
deelauto's

De top 10 van het aantal deelauto’s per 100.000 inwoners per gemeente is in 2025 iets veranderd ten opzichte van 2024. Amsterdam, Utrecht en Diemen blijven in de top drie gemeenten met het hoogste deelauto aanbod per inwoner staan. Zeist en Pijnacker-Nootdorp zijn dit jaar nieuw in de top 10. Vooral Zeist is opvallend, omdat deze gemeente direct op plek 4 binnenkomt dit jaar. Ten opzichte van vorig jaar nam het aantal gemeenten waar deelauto’s beschikbaar zijn met 22 toe. Deelauto’s zijn nu beschikbaar in 211 gemeenten. Als gemeenten met Peer-2-Peer deelauto’s met sleuteloverdracht meegerekend worden, stijgt dit aantal nog verder naar 237 gemeenten.

De tabel hieronder laat de top 10 dekkingsgraad voor deelauto’s per gemeente zien. Voor deelauto’s is dit het percentage inwoners dat een deelauto op een loopafstand van 400 meter heeft. Deze top tien gemeenten met de hoogste dekkingsgraad liggen allemaal in de randstad. Opvallend is ook dat de landelijke dekkingsgraad van de deelauto gestegen is naar 36% ten opzichte van 33% in 2024. Als je P2P-deelauto’s met fysieke sleuteloverdracht en meer dan 10 keer per jaar gebruik meerekent gaat de stijging zelfs naar 38%. Dus zowel met de oude als de nieuwe definitie hebben meer Nederlanders toegang tot een deelauto.

Figuur 38: Top 10 gemeenten voor aantal deelauto’s per 100.000 inwoners

Figuur 38: Top 10 gemeenten voor aantal deelauto’s per 100.000 inwoners

Figuur 39: Top 10 dekkingsgraad deelauto’s voor gemeenten

Figuur 38: Top 10 gemeenten voor aantal deelauto’s per 100.000 inwoners

Aanbod deeltweewielers

Deelscooters

Er zijn twee aanbieders van deelscooters in Nederland, deze partijen bieden alleen elektrische deelscooters aan. Deelscooter aanbieders hebben hier een gemeentelijke vergunning voor nodig. Het aantal deelscooters is ten opzichte van 2024 gestegen met bijna 3% naar iets meer dan 8.800 voertuigen. Daarmee is de dalende trend van de afgelopen drie jaar tot een halt gekomen en laat de markt weer een voorzichtige stijging zien. Het aantal steden met deelscooters is in 2025 licht gedaald ten opzichte van het jaar ervoor. In 2024 waren nog in 31 steden deelscooters aanwezig. Dat aantal is in 2025 gedaald naar 26 steden. De landelijke dekkingsgraad is 15% voor 2025. Deze dekkingsgraad betreft het aantal mensen dat binnen 200 meter lopen een deelscooter kan gebruiken.

Deelfietsen

Ten opzichte van vorig jaar steeg het aantal deelfietsen met 2% naar meer dan 27.000 in 2025. Er zijn verschillende aanbieders van deelfietsen in Nederland. Elke gemeente beslist zelf welke aanbieders zij toelaat binnen de gemeente. Het aantal verschillende deelfietsaanbieders is ten opzichte van 2024 gedaald van 17 naar 14. De NS biedt deelfietsen aan in eigen beheer en is met de OV-fiets de grootste aanbieder van deelfietsen. Sinds het najaar van 2025 zijn alle OV-fietsen voorzien van een digitaal slot. Het aantal OV-fietsen is licht gestegen, terwijl het aantal fietsen van de overige deelfietsaanbieders met meer dan 5% is gestegen. Het aantal gemeenten met deelfietsen is in 2025 constant gebleven op 212 gemeenten. De landelijke dekkingsgraad is 10% voor 2025. Deze dekkingsgraad betreft het aantal mensen dat lopend, binnen 200 meter, een deelfiets kan gebruiken.

Deelbakfietsen

Er zijn twee aanbieders van deelbakfietsen in Nederland. Alle deelbakfietsen in Nederland zijn voorzien van elektrische trapondersteuning. Het aantal deelbakfietsen is ten opzichte van 2024 gedaald met 27% naar bijna 700 voertuigen. In 2025 waren er acht steden met deelbakfietsen, terwijl er in 2024 nog in twaalf steden deelbakfietsen beschikbaar waren. Deze dalingen zijn verklaarbaar door tijdelijke marktomstandigheden.

iStock

Aanbod deelmobiliteitshubs

Een deelmobiliteitshub is een herkenbare locatie in de openbare ruimte waar deelvoertuigen kunnen worden geplaatst. Deze hubs bieden een vaste en herkenbare plek, waardoor reizigers de deelvoertuigen gemakkelijker kunnen vinden. Bovendien verbeteren de hubs de leefbaarheid van steden en dorpen, door verrommeling en overlast van deelvoertuigen tegen te gaan. Tijdens het BO-MIRT van 2020 hebben het Rijk en de regio’s afgesproken om een uniform concept voor deelmobiliteitshubs te ontwikkelen, om de landelijke herkenbaarheid voor reizigers te vergroten.

In 2022 is IenW het kennisprogramma deelmobiliteitshubs gestart om ervaring op te doen met fysieke deelmobiliteitshubs en om randvoorwaarden te creëren waaronder deze hubs succesvol kunnen zijn. Dit kennisprogramma is onderdeel van het bredere samenwerkingsprogramma Natuurlijk!Deelmobiliteit. Samen met gemeenten en provincies is gestart met de uitrol van uniforme deelmobiliteitshubs onder verschillende condities. Tussen 2022 en 2028 worden in het kader van dit programma circa 1.500 deelmobiliteitshubs geïmplementeerd en gemonitord, eind 2024 waren er al 333 deelmobiliteitshubs gerealiseerd. 

deelmobiliteitshubs

Mobiliteitsdiensten

Gebruik

Ontwikkeling gebruik deelmobiliteit

Het aantal gebruikers van vormen van deelmobiliteit (exclusief carpoolen, ritdelen) is in 2025 met 5%-punt toegenomen ten opzichte van 2024 en met 9%-punt ten opzichte van 2023. Het aandeel Nederlanders die nog nooit een vorm van deelmobiliteit gebruikt hebben komt in 2025 met 78% voor het eerst onder de 80% uit, in de voorgaande meetjaren lag dit percentage hierboven.

Deelauto

Het aandeel Nederlanders dat in 2025 gebruik heeft gemaakt van deelauto’s is met 7% gedaald ten opzichte van 2024.
Wel is het gebruik van deelauto’s toegenomen met 1%. Dat houdt in dat de mensen die deelauto’s gebruiken, deze vaker gebruiken.

Over de afgelopen 3 jaar is het aandeel Nederlanders dat gebruik heeft gemaakt van deelauto’s stabiel; ongeveer één op de tien Nederlanders (18 jaar en ouder) maakt gebruik van een deelauto via een bedrijf, via de werkgever, in het bezit van een vaste groep gebruikers of een privéauto via een online platform. Gebruikers van deelauto’s via de werkgever maken het meest frequent gebruik van de deelauto, gevolgd door gebruikers van een deelauto in gezamenlijk bezit.

Deelfiets

De groei van het totale gebruik van deelmobiliteit in 2025 wordt vooral veroorzaakt door een toename van het gebruik van deelfietsen. Het aandeel respondenten dat aangeeft in 2025 gebruik te hebben gemaakt van een deelfiets ligt duidelijk hoger dan in 2024 en 2023. Dit beeld is echter deels vertekend omdat in 2025 apart naar de ov-fiets is gevraagd. In de jaren hiervoor kan het OV-fietsgebruik hierdoor zijn onderschat.

Figuur 40: Gebruikers van vormen deelmobiliteit

Figuur 40: Gebruikers van vormen deelmobiliteit

Deelscooter

Het gebruik van deelscooters laat in 2025 een stabiel beeld zien. Ten opzichte van 2024 zijn er slechts beperkte verschuivingen zichtbaar en ook in vergelijking met 2023 blijft het aandeel gebruikers ongeveer gelijk. 

Frequentie gebruik deelmobiliteit

Degenen die gebruik maken van deelmobiliteit doen dit veelal incidenteel, hoewel de frequentie van deelmobiliteit gebruik over tijd redelijk stabiel blijft zijn er een aantal globale ontwikkelingen waarneembaar. Het aandeel gebruikers dat wekelijks of maandelijks gebruik maakt van deelmobiliteit is 19% voor de deelauto (in 2024 18%), 20% voor de deelfiets
(in 2024 21%) en 20% voor de deelscooter (in 2024 20%). Carpoolen en ritdelen gebeurt meer regelmatig, namelijk door 34% van de gebruikers (in 2024 32%).

Deelauto

Deelauto’s worden vooral sporadisch gebruikt, in 2025 gebruikt 33% van de gebruikers een deelauto minder dan een keer per jaar en maakt 48% van de gebruikers een aantal deelauto ritten per jaar. Het aandeel regelmatige gebruikers (maandelijks of wekelijks) schommelt rond de 19% en is ten opzichte van 2020 licht toegenomen.

Deelfiets

Bij deelfietsen is het gebruik eveneens overwegend incidenteel, maar met een iets hoger aandeel regelmatige gebruikers dan bij deelauto’s. In 2025 gebruikt ongeveer 20% van de gebruikers de deelfiets minimaal maandelijks. Over de periode 2020–2025 is sprake van een lichte verschuiving richting frequenter gebruik.

Deelscooter

Voor deelscooters geldt dat het gebruik na 2021 minder frequent is geworden. Het aandeel gebruikers dat de deelscooter wekelijks gebruikt is sinds 2020 afgenomen en ligt in 2025 rond de 4%. Het zwaartepunt ligt bij incidenteel gebruik
(1–11 keer per jaar).

Figuur 41: Frequentie gebruik deelmobiliteit

Figuur 41- Frequentie gebruik deelmobiliteit

Carpoolen / ritdelen

Carpoolen en ritdelen worden net als voorgaande jaren het meest frequent gebruikt. In 2025 maakt circa 34% van de gebruikers hier maandelijks of vaker gebruik van. Dit aandeel is sinds 2020 licht gestegen, wat erop wijst dat ritdelen voor een deel van de gebruikers een structureel onderdeel van het reispatroon is geworden.

Redenen om geen gebruik te maken van deelmobiliteit

De voornaamste reden om geen gebruik te maken van deelmobiliteit (behalve in geval van deelauto’s) is dat dit nog niet eerder nodig is geweest. In 2025 geldt dit voor 76% van de niet-gebruikers, in 2024 was dat 72%. Er is een groep die aangeeft deelmobiliteit te veel gedoe te vinden (15%) of er te weinig van te weten (10%). Ten opzichte van twee jaar geleden daalt het aantal mensen die zeggen dat er geen aanbod is van deelmobiliteit in hun omgeving, dit betreft een lichte daling. Daarnaast is er sinds 2020 een afname in mensen die aangeven geen gebruik te maken van deelmobiliteit vanwege hygiënische redenen, onzekerheid rondom beschikbaarheid en gebrek aan kennis. Een kleine groep mensen (5%) gebruikt geen deelmobiliteit omdat ze de prijs te hoog vinden (6% in 2024).

Figuur 42: Redenen geen gebruik deelmobiliteit

Figuur 42: Redenen geen gebruik deelmobiliteit

Belangrijkste motieven voor autodelen

Net als in 2024 blijven het niet kunnen beschikken over een eigen auto en de kostenbesparing ten opzichte van een eigen auto de belangrijkste redenen om gebruik te maken van een deelauto. Ook worden de handigheid van het hebben van een tweede auto, minder gedoe dan bij een eigen auto en het niet zo vaak nodig hebben van een auto genoemd als redenen om gebruik te maken van een deelauto. De genoemde redenen komen overeen met 2024.

Verder komt uit het Landelijk Reizigersonderzoek2025 een duidelijk verschil in redenen voor autodelen naar voren tussen huishoudens die (nog) geen auto hebben en huishoudens die wél een auto hebben. Respondenten uit een huishouden zonder auto zeggen minder vaak een auto nodig te hebben. Ook ervaren huishoudens zonder auto het gebruik van een deelauto vaker als sneller dan het OV en noemen ze het makkelijker en goedkoper parkeren als reden om een deelauto te gebruiken. Het parkeren van een deelauto op de daarvoor aangewezen plek is verwerkt in de ritprijs, deze kosten worden dus niet apart doorgerekend na afloop van de rit.

Figuur 43: Redenen gebruik deelauto (2025: n=1330)

Figuur 43: Redenen gebruik deelauto (2025: n=1330)

Redenen om geen gebruik te maken van deelauto’s

Voor de deelauto geldt als belangrijkste reden om er geen gebruik van te maken nog steeds dat men al beschikt over een eigen auto. In 2025 noemt 62% van de respondenten dit als reden, dit aandeel is wel lager dan in eerdere meetjaren. Autobezit blijft daarmee sterk gecorreleerd aan het (niet-)gebruik van deelauto’s. Daarnaast is het aandeel mensen dat aangeeft het gebruik van een deelauto nooit serieus te hebben overwogen gedaald naar 14% in 2025, dit is het laagste niveau van alle meetjaren. Ook andere bezwaren nemen af: zo geven steeds minder mensen aan dat het gebruik ‘te veel gedoe’ is of dat zij (te) vaak een eigen auto nodig hebben (beide 7% in 2025). Gebonden zijn aan vaste tijden tijdens deelautogebruik wordt in 2025 helemaal niet meer genoemd als reden om geen gebruik van deelauto’s te maken.

Figuur 44: Redenen geen gebruik deelauto (2025: n=9543)

Figuur 44: Redenen geen gebruik deelauto (2025: n=9543)

Gebruik Deelfiets

OV-Fietsen

Ook dit jaar blijft de OV-fiets weer veruit de grootste aanbieder van deelvervoer. Het aantal stijgt verder naar 26.744 OV-fietsen op 281 verschillende locaties. Het aantal gemaakte ritten met de OV-fiets is in 2025 gelijk met 5.9 miljoen ritten.

Deelfiets exclusief OV-fiets

Voor deelfietsen (exclusief OV-fietsen) is de afgelopen jaren de intensiteit van de verhuringen bijgehouden. De verhuringen van deelfietsen is in de afgelopen jaren gestegen, dit blijkt uit een indexering van de geregistreerde deelfiets verhuur. Zo is de verhuur van deelfietsen in 2025 met 13% gestegen ten opzichte van 2022. Dit wordt vooral verklaard door het toenemende aantal verhuringen per deelfiets per dag, ten opzichte van 2022 wordt een gemiddelde deelfiets nu bijna 50% vaker verhuurd op een dag. Mogelijk heeft de stijgende verhuur per deelfiets te maken met de focus van deelfiets aanbieders op gemeenten waar een business case gemaakt kan worden en waar het gebruik hoger ligt.

Figuur 45: Totaal aantal OV-fietsen en ritten

Figuur 45- Totaal aantal OV-fietsen en ritten

Figuur 46: Aantal verhuringen deelfietsen geïndexeerd

Figuur 46- Aantal verhuringen deelfietsen geïndexeerd

Gebruik Deelscooter

Ook voor deelscooters is de afgelopen tijd de intensiteit van de verhuringen bijgehouden. De indexering van deelscooters verhuringen is in de afgelopen jaren gedaald. Deze verhuur van deelscooters in 2025 met 63% gedaald ten opzichte van 2022. Dit wordt vooral verklaard door het dalende aantal verhuringen per deelscooter per dag, ten opzichte van 2022 wordt een gemiddelde deelscooter nu een keer minder verhuurd op een dag. Het aantal verhuringen per deelscooter per dag ligt nog altijd boven het aantal voor deelfietsen, in 2025 wordt een deelscooter nu gemiddeld meer dan twee keer op een dag verhuurd en een deelfiets gemiddeld meer dan één keer.

Figuur 47: Aantal verhuringen deelscooter geïndexeerd

Figuur 47- Aantal verhuringen deelscooter geïndexeerd
Deelscooters

Gebruik deelmobiliteithubs

In 2024 zijn 321 deelmobiliteitshubs gemonitord in verschillende steden in Nederland. Gemiddeld voorziet een hub in 43 deelmobiliteitsritten per week, exclusief deelauto’s. De tien procent hubs met het hoogste gebruik van deelmobiliteit voorzien gemiddeld in 239 ritten per week. De tien procent hubs met het laagste gebruik van deelmobiliteit kennen gemiddeld 2 ritten per week.

Bij grote en extra grote hubs (capaciteit voor 5 deelvoertuigen of meer) ligt het gebruik van deelmobiliteit op hubs hoger. Ook in wijken met een laag autobezit (<0.6 auto’s per huishouden) en bij hubs op minder dan 250 meter afstand van OV ligt het gebruik op een hub hoger.

Er is sprake van een duidelijk seizoenseffect op het gebruik van deelmobiliteit op de hubs dat in de zomermaanden flink hoger ligt dan in het voorjaar en de winter. De activiteit op de hubs is aan het eind van 2024 relatief hoger omdat op dat moment meer hubs actief zijn dan aan het begin van het jaar (+51). Over het gebruik van deelauto’s op hubs zijn geen gegevens beschikbaar.

Figuur 48: Totaal gebruik van deelmobiliteit op hubs

Figuur 48- Totaal gebruik van deelmobiliteit op hubs

Mobiliteitsdiensten

Effect

Effecten van autodelen

Uit het Landelijk Reizigersonderzoek 2025 blijkt dat bij iets minder dan de helft van de gebruikers van de verschillende vormen van autodelen, het autodelen geen effect heeft op het autobezit (46%: evenveel eigen auto’s). Bijna een op de drie (30%) zegt (nog) geen eigen auto te hebben gekocht. Bijna een op de drie (30%) zegt (nog) geen eigen auto te hebben gekocht en 11 % heeft een auto weggedaan door gebruik van een deelauto. Een deel (14%) geeft aan een auto te hebben aangeschaft.

Uit het Landelijk Reizigersonderzoek 2025 blijkt verder dat het gebruik van een deelauto voor 64% tot 71% van de gebruikers geen effect had op het aantal ritten dat zij met een ander vervoermiddel maakten. Voor de trein lijkt dit effect ook kleiner dan vorig jaar. In 2025 stelden 17% gebruikers van deelauto’s dat zij minder met de trein reisden, in 2024 was dit nog 22%. De verschillen voor de overige modaliteiten zijn klein.

Figuur 49: Effect deelautogebruik op autobezit (2025: n=1330)

Figuur 49- Effect deelautogebruik op autobezit (2025- n=1330)

Figuur 50: Effect gebruik deelauto op gebruik andere vervoermiddelen

Figuur 50- Effect gebruik deelauto op gebruik andere vervoermiddelen

Effect deelmobiliteithubs

Deelmobiliteitshubs worden in steeds meer gemeenten en provincies toegepast en de effecten van deze hubs zijn steeds beter in beeld. Deelmobiliteitshubs zijn een effectieve maatregel tegen overlast van deelvoertuigen in de openbare ruimte en worden in veel gemeenten randvoorwaardelijk geacht voor de groei van deelmobiliteit in stedelijk gebied.

Free floating deelvoertuigen veroorzaken nu hinder omdat deze vrij in een vergunningsgebied geplaatst kunnen worden. Door deze deelvoertuigen op hubs te parkeren verbetert de vindbaarheid en wordt verrommeling in het straatbeeld tegengegaan. Deelmobiliteitshubs dragen hierdoor bij aan het verbeteren van de zichtbaarheid van deelvoertuigen en vergroten het draagvlak voor deelvervoer. Ook in het landelijk gebied wordt steeds meer ervaring opgedaan met deelmobiliteitshubsystemen als randvoorwaarde voor het introduceren van deelmobiliteit.

deelscooters